somberg.nu - SITE VAN TALENT



Welkom

Werkboek Talent

Coach van Talent

Training van Talent

Advies voor Talent

Sport & Talent

Reacties

Artikel

Aanbieding

C.V.

Het roer om!

Sport & Talent

"Leren is moeilijk. Onthouden is iets moeilijker. Afleren is moeilijker."

 

In het werkboek Hoe ontwikkel ik mijn competenties? vertellen schaatskampioen Rintje Ritsma, zwemcoach Jacco Verharen, topsportster Anky van Grunsven en judokampioen Mark Huizinga over het ontwikkelen van talent in de sport. Op deze website vind je daarnaast ook actuele verhalen op het gebied van Sport & Talent.

 

Zwemcoach Martin Truijens Net als vrijwel al zijn zwemmers maakt coach Martin Truijens (30) van het Nationaal Zweminstituut Amsterdam zijn debuut op de Olympische Spelen in Beijing. Truijens laat zich erop voorstaan 'bijzonder eigenwijs' te zijn. ''Als niet gebeurt wat ik wil, hebben we een probleem.'' Een benadering die successen heeft opgeleverd

Truijens trainingen zijn gebaseerd op wat hij weet van processen in een lichaam dat wordt belast - het onderwerp van zijn promotie aan de VU. ''Maar ik heb veel geleerd in de omgang met mensen. Een coach moet aanvoelen wat iemand nodig heeft. Het is de uitdaging daarin nog beter te worden. ''

Aan de muur van zijn kantoor in het Sloterparkbad hangt een poster met elf spreuken. ''Het zijn simpele principes. Dat ik uitga van gemotiveerde mensen, die plezier hebben in wat ze doen. Dat je in de spiegel durft te kijken. En dat je vasthoudt aan de ingeslagen weg.''

Bron: www.parool.nl (6 augustus 2008)

 

Zwemcoach Jacco Verharen: “Leren zit in heel kleine dingen. Ik was veertien jaar toen ik me bij mijn moeder meldde met de mededeling dat ik zwemtrainer wilde worden. Nu ben ik coach van ’s werelds snelste zwemmer. Ik denk dat ik een bepaald talent heb om aan te voelen wat mensen in een training nodig hebben. Mijn trainingen zijn in geen enkel boek terug te vinden, ik werk op gevoel. Trainen is een kunst, geen kunde.

 

 

Pieter van den Hoogenband en ik zitten vaak op dezelfde golflengte. Als ik iets bedenk, komt het er bij hem uit. Nee, ik denk niet dat het moeilijk is om onder mij te werken. Een zwemmer moet gewoon doen wat ik zeg. Klaar.

 

Ik beschik als trainer over basiskennis, maar je verdere ontwikkeling kun je alleen in de praktijk leren. Lezen doe ik eigenlijk nauwelijks, leren zit in heel kleine dingen. Je praat met een collega en denkt ineens: verrek, daar heb ik nooit bij stilgestaan. Je kunt meer bereiken dan je denkt. Zolang je maar in jezelf gelooft.”

 

Mart Smeets: “In 1977 werd schaatser Eric Heiden in drie weken drie keer wereldkampioen: bij de junioren, de senioren en op de sprint. Dat feit herhaalde hij een jaar later. Heiden verbaast zich daar niet meer over. Hij deed wat hij goed kon en eigenlijk is hij dat in zijn hele leven blijven doen."

 

"Wat me het meeste opvalt aan Heiden is de manier waarop hij nu naar zijn eigen loopbaan kijkt. Hij wilde goed zijn in sport en ging hard trainen en dat is het eigenlijk. Aanleg? Ja, ook dat, maar toch vooral doorzettingsvermogen. Zo werd hij in 1985 ook Amerikaans wielerkampioen."

 

"Heiden woont thans in Sacramento, California en is orthopedisch chirurg. Hij wil geen goede dokter zijn, maar 'a great doctor'. Hij exelleert nog steeds in alles wat hij doet. Zelfs in golf. Soms heeft hij drie operaties op een dag, maar er zijn ook dagen van vijf of zeven. Waar zijn medailles zijn? Heiden: 'Mijn moeder heeft er geloof ik twee, dus moeten er drie elders zijn. Ik denk in een kluis bij een bank, maar zeker weet ik dat niet'."

>> Bron: Heiden on Ice. Mart Smeets over zijn bezoek aan Eric Heiden. In: Vara TV Magazine, 6 januari 2006.

 

Joop Alberda: “Op een geheime droom ligt geen druk. Eenmaal in de openbaarheid zal de 'dromer' zich tegenover zijn omgeving (en ook tegenover zichzelf) verantwoordelijk voelen actie te ondernemen. Dus zal hij een aantal stappen moeten bedenken: wat en wie heb ik nodig om daar te komen waar ik heen wil? Wat kan ik al, en wat moet ik onder de knie zien te krijgen? Om de 'dromer' bij die zoektocht te helpen, kom ik met opdrachten die dicht bij betrokkene staan."

 

"Topsporters hebben altijd een doel en daarmee een duidelijk beeld van hun toekomst: bijvoorbeeld wereldkampioen worden. Sommige 'gewone' mensen hebben een zetje nodig. Overigens wil ik benadrukken dat topsporters ook gewone mensen zijn; alleen hebben ze buitengewone talenten."

 

"Verder hebben niet-topsporters meer moeite om weerstanden te overwinnen en met tegenslagen om te gaan. Daaronder valt ook het begrip 'kritiek'. Vaak wordt dat als negatief ervaren. Dat is het niet; wel een aanwijzing om verbetering te realiseren."

 

Joop Alberda, ooit 'Olympisch' vollybalcoach (1996) en technisch directeur van NOC*NSF, begeleidt nu voor de RVU deelnemers aan een televisieprogramma richting gedroomde baan.

>>Bron: interview met Rob Willemse in Vara TV Magazine, 28 december 2005.

 

Jillert Anema: “Rintje vond dit seizoen onderdak bij sponsor Sitel. Tot nu toe volgen de schaatsliefhebbers de ontwikkelingen met stijgende verbazing. Bijna alle wedstrijden rijdt hij namelijk sneller dan ooit. Dat is waarom je een topper wordt. Door de manier waarop je met tegenslagen omgaat. Een topper vecht zich er doorheen. Die wil het beter doen. Mensen die niet top zijn, leven vaak in hun teleurstelling."

 

Jillert Anema was bij TVM jarenlang de fysiotherapeut van Rintje Ritsma en is dit seizoen zijn trainer.

>> Bron: interview met Carel Helder in Vara TV Magazine, 27 december 2005. 

 

Mart Smeets: “Rintje is een buitengewoon mens. Die op zijn 35ste nog wil bewijzen dat-ie mee kan. Dat moet je hem gunnen. Weinig mensen zijn zo van belang voor de sport geweest als Rintje. Hij is met een fantastisch traject bezig. Een stoere eigenwijze  Fries met een enorm doorzettingsvermogen en een voorbeeld voor iedere sportman."

>> Bron: interview met Carel Helder in Vara TV Magazine, 27 december 2005.  

 

Hans Goedkoop: “En dan nog die ongelooflijke dijen...  Rintje heeft het onderstel van een os. Hij past niet eens in een normale spijkerbroek."

 

Hans Goedkoop is presentator van het NPS-VPRO programma 'Andere Tijden' en vertelt waar hij graag naar kijkt bij schaatswedstrijden.

 

Schaatskampioen Rintje Ritsma: “Ontwikkelen van talent is niet alleen belangrijk in je werk, maar ook in de sport. Mijn talent in de schaatssport heb ik kunnen ontwikkelen door hard te trainen en met hulp van goede begeleiders. Dit heeft geleid tot vier wereldtitels, zes Europese titels en vijf Olympische medailles.

 

 

 

Dit succes was voor mij niet vanzelfsprekend. Na de LTS Metaal heb ik KMBO Detailhandel gevolgd. Schaatsen was echter mijn passie. Mijn talent heb ik waarschijnlijk van opa Ritsma. Hij was schipper en als er ’s-winters ijs lag, kon zijn boot niet varen en bond hij de schaatsen onder. Zelf leerde ik schaatsen voor mijn ouderlijk huis op de Zijlroede en op de ijsbaan in Lemmer. Met de bus van ijsvereniging ‘de Preamkeskowers’ ging ik later elke woensdagavond naar Thialf, om daar te trainen. Pas op mijn twaalfde ben ik met wedstrijd schaatsen begonnen.

 

Trainen vraagt doorzettingsvermogen: je ziet mij elke dag om dezelfde tijd van huis gaan. Lopen, fietsen, schaatsen – ik sla nooit een training over. Mensen noemen mij dan ook een knokker. Zonder inzet kom je er niet.

 

Mijn kwaliteiten wil ik nog steeds verder ontwikkelen. Met behulp van een coach die mij helpt om het beste uit mezelf te halen. En met goed materiaal en kennis van zaken. Dit werkboek is jouw coach en met dit materiaal kan jij je talent verder ontwikkelen. Geloof in je talent en maak je droom waar!” 

  

Olympisch kampioene Anky van Grunsven: "Paardensport is gewoon topsport. Hard trainen. Hard werken. Hard zijn voor jezelf. Maar Als je goed traint, is een off-day nog goed genoeg om vooraan mee te rijden.

 

Wedstrijden rijden, dat is door mijn vader gekomen. Daar ben ik als kind ingerold, het was geen bewuste keuze. Mijn vader reed paard, later mijn broers, en ik kwam daar achteraan. Er is niet een specifiek moment geweest dat ik me bewust werd dat ik de top kon halen. Het is gewoon iedere keer een klein beetje dichterbij gekomen. Je bent niet op de ene dag twintigste en de volgende dag wereldkampioen. Ik wil heel graag de beste zijn. Dat gebeurt pas wanneer je jezelf wil blijven verbeteren.

 

Topsport bestaat echter niet alleen uit fantastische momenten. Als het alleen maar goed gaat, denk ik niet dat je top kunt zijn. Je moet met je tegenslagen om kunnen gaan én je daar overheen kunnen zetten. En als dat lukt, dan wórd je ook een keer goed. Maar ja, je moet niet alleen zelf een topdag hebben, je paard óók. Allebei op het juiste moment.

 

Ik hou van de sport en ik wil de sport helpen, waar ik kan. Daarom vind ik het Talentenplan van de Hippische Sportfederatie ook goed. Je begeleidt mensen die aan het begin van hun carričre staan. Zodat die persoon een kans krijgt om zijn talent te ontwikkelen. Als ik naar mezelf kijk: mijn vader heeft me lang begeleid. Ik denk niet dat ik zonder die begeleiding, en die van Sjef, mijn vriend, zover was gekomen in de sport. Maar mijn paarden zijn natuurlijk ook héél belangrijk... zonder mijn paarden ben ik helemaal nergens. En verder heb ik het geluk dat ik talent heb. En vervolgens werk ik er heel hard voor. Ik denk dat dat allemaal ook heel belangrijk is.

 

Er is redelijk veel jong talent. De vraag is alleen: wordt talent op de goede manier ontwikkeld? Door talenten op tijd te ontdekken en goed te begeleiden, krijgen ze een kans die ze normaal niet krijgen."

 

Judoka Mark Huizinga won op drie Olympische Spelen achter elkaar een medaille, was vier maal Europees kampioen, elf maal Nederlands kampioen en zes maal militair wereldkampioen. Hoe ontwikkelt hij zijn talent?

 

"Chris de Korte is mijn vaste trainer, begeleider, coach, psycholoog en vriend. Zijn ervaring en mentale training hebben mij op belangrijke momenten geholpen. Topsport zonder support van het thuisfront is echter moeizaam. Mijn vriendin Anneke steunt mij in mijn streven de beste van de wereld te blijven, ook al betekent dit dat wij elkaar minder kunnen zien dan we zouden willen.

 

Op vierjarige leeftijd begon ik in mijn woonplaats Vlaardingen met judo. Ik maakte de overstap naar Hoogvliet, waar ik het eerste half jaar voornamelijk fungeerde als werpvlees voor de toppers. In mijn juniorentijd behoorde ik wel tot de nationale top, maar kon op het EK en WK voor junioren geen potten breken. Toch werd mijn talent langzaam zichtbaar. Ik ben inmiddels 31 jaar en heb een mooie staat van dienst opgebouwd: ik ben de beste Nederlandse judoka van de laatste dertig jaar.

 

Sinds 1997 is de Koninklijke Luchtmacht mijn werkgever. Als topsporter heb je veel tijd nodig om te trainen en rusten. De Koninklijke Luchtmacht geeft me daarin alle ruimte. Zonder deze steun van mijn werkgever had ik mijn talent niet kunnen ontwikkelen."